In het gekkenhuis heb ik een beetje geleerd te leven

“Op 10 oktober plaatste ik een berichtje op mijn Facebook profiel, hoe blij ik ben dat ik kan genieten van alledaagse dingen. Dat was ooit heel anders.

Ik stond er meer dan voorheen bij stil omdat 10 oktober de Landelijke Dag Psychische Gezondheid is. Er heerst nog steeds zo een groot taboe op als het gaat om psychische problemen, welke dan ook. Dit taboe, één van de vele, wil ik meehelpen te doorbreken en dat kan als ik mijn kwetsbaarheid laat zien.

Natuurlijk is er een stemmetje die zegt…moet je dit vertellen? Wat gaan ze van je denken? En toch doe ik het voor degenen die zich schamen, eenzaam voelen met hun pijn … én voor meer bewustwording. Het kan tenslotte iedereen overkomen.

1986, ik was 21 jaar en kon niet meer. Mijn lichaam en geest waren al helemaal op. Jarenlange eenzaamheid – zolang ik mij kan herinneren – had mij bijna verteerd. Ik heb altijd twijfels gehad of ik wel bestaansrecht heb. Met mijn verstand weet ik dat ik er mag zijn, net als iedereen. En toch blijft dat knagende gevoel er.

Emotioneel, geestelijk en fysiek mishandeld en (seksueel) misbruikt. Zo vat ik mijn eerste 21 levensjaren vaak samen. School, jeugdbeweging, gezin, familie, buurman, nergens was het veilig. De ‘overlevingsknop’ was een constante die werd ingedrukt.

Het enige wat mij overeind hield was met mijn neus in de boeken zitten én mijn droom. Daarin kon ik vluchten en dan moesten ze mij met rust laten. Mijn lichaam leeft vandaag de dag nog steeds onbewust, in meer of mindere mate, in de overlevingsstand, met alle gevolgen van dien.

Daar zat ik dan, ik was 21, in mijn gemeubileerde studio in de grote stad. Stiekem had ik deze plek gevonden. Alleen was het huis te klein voor mijn moeder, toen ik vertelde dat ik op mezelf ging wonen. Ja, daar ging haar financiële bron. Ze vond het al erg dat ik tegen haar zin ging studeren, met stille goedkeuring van mijn vader.

En dat ze geen geld ontving van mij toen ik werk had. Dat kon niet. Ze zei me dat zij 18 jaar voor mij had gezorgd met eten, kleding en een dak boven mijn hoofd, en dat het terugbetaaltijd was. Witheet stond ze voor mij, ze kneep mijn keel dicht. Het was tijd dat ik daar wegging.

Ik zou gaan leven, vrienden maken, uitgaan, reizen, carrière maken… Het leven leiden waarvan ik als tiener al droomde. Een heel ander leven dan wat ik thuis had gezien en gevoeld. Dat was mijn grote droom. Het probleem was dat ik helemaal niet wist wat leven was als jongvolwassene.

Elke dag vroeg ik me af of ik met het leven zou stoppen of niet. Of ik van 2 hoog zou springen of niet. Of ik pillen zou slikken om te slapen, of pillen slikken om de dag door te komen en te kunnen werken.

Zo kon het niet verder, vond ik, en ik heb contact opgenomen met een bekende van mij, een kinderpsychiater. De man die niet wist wat te doen toen ik 14 was. Dag- of nachtopvang, stelde hij voor. Dagopvang was de enige optie voor mij, vond ik. Ik heb moed verzameld en, zonder dat hij het wist, het psychiatrische ziekenhuis gebeld voor een afspraak.

Ja, dat ene ziekenhuis dat algemeen bekend stond als het gekkenhuis in onze omgeving. Mankeer je wat in je bovenkamer, dan kom je daar terecht. Een plek waar je met zijn allen zit te punniken enzovoort. Bezigheidstherapie noemen ze het tegenwoordig.

Na een intakegesprek, en nadat ik mijn baan opgezegd had, kon ik mij een week later melden. Met een plastic tas met toiletspullen en wat kleding in mijn hand stapte ik de deur uit, moederziel alleen. Ik wist totaal niet wat mij te wachten stond. Maar ik wist dat ik dit moest doen. Pas na maanden durfde ik mijn vader te bellen en te vertellen waar ik was.

Dat moment in mijn leven was ik niet meer dan bijna een dood vogeltje – een heel klein grijs muisje. Ik zei nauwelijks iets, kon geen enkel compliment verdragen. Ik was niets…

Op een dag kregen we van de directeur te horen hoe het zou verlopen met de patiënten. Zijn woorden staan gegrift in mijn geheugen. 1/3 van de patiënten redt het, 1/3 zal altijd psychische hulp nodig hebben en 1/3 pleegt uiteindelijk zelfmoord. Schokkend was het om dit te horen. Bij welke groep zou ik behoren, vroeg ik mij af.

In totaal ben ik daar 23 maanden geweest. Ik heb veel gezien en beleefd; gelachen, gehuild, een zelfmoord van een patiënt meegemaakt, zelf een zelfmoordpoging gedaan, voor het eerst mijn verhaal verteld. Geleerd om te communiceren, geleerd om mensen toe te laten, geleerd complimenten aan te horen…

Eigenlijk heb ik daar een heel klein beetje geleerd te leven. Toen ik er wegging werd er gezegd dat ik binnen zes maanden zelfmoord zou plegen. Dat ik het niet zou redden. Maar iets in mij, nog diep verborgen, dacht daar toch anders over. Sindsdien heb ik een hele lange weg afgelegd om te zijn waar ik nu ben.

Ik schaam mij niet voor het feit dat ik hulp heb gezocht. Het blijft nog steeds de beste levensreddende beslissing dat ik ooit heb genomen. Het is een deel van mijn leven.”

Gastblog van Vera Vandervesse. Lees meer op haar site www.taboeparels.nl.

Foto komt uit de collectie van Jet Rood.

Auteur: Mary

Mijn bio op twitter is aardig volledig: Kritisch, Nieuwsgierig, Moeder, Behulpzaam, Humor, Gehuwd, Regelaar, Spontaan, Flapuit, Creatieve geest, Ideeënbrein, Blogger, #twittertaalgids en oh ja ook nog: a-technisch ben ik.

Deel dit bericht

4 Reacties

  1. Dank je wel voor je openheid. Knap! Wat een prestatie heb je geleverd. En wat fijn dat er weer mooie momenten in je leven zijn. Ik gun en wens je alle goeds!

    Laat een reactie achter
  2. Leren communiceren….dat is zo belangrijk.
    Het “gekkenhuis” was niet bemoedigend in hun reactie als ik je zo lees.
    Maar…jij dacht anders. Knap van jou.
    Hou vol….word gelukkig.

    Laat een reactie achter
    • Dank je wel Ineke. Ik ga ervoor om veel geluksmomenten te mogen beleven.

      Laat een reactie achter

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *