De rechter versus de ervaringsagoog

Dag appelrechter familierecht Janny Idsardi en Elles Menke, herstelcoach en ervaringsagoog in persoonlijkheidsproblematieken en hoog-conflictscheidingen.

Wat is jullie visie op de kwaliteit van het gedwongen kader en de uitvoering van in dit geval de ondertoezichtstellingen in Nederland?

 

De rechter: Ik bezit niet de deskundigheid om hier een algemeen oordeel over te geven. Ik zie dat er bij de jeugdbescherming met heel veel inzet en hard wordt gewerkt in een moeilijk speelveld, waarin je het lang niet altijd voor iedereen goed kunt doen.

De ervaringsagoog: Persoonlijk heb ik hier gelukkig geen ervaring mee. Ik hoor wel veel schrijnende verhalen. Mijn ervaring is dat ik vele instanties om hulp heb gevraagd en men gewoonweg niet luisterde, dus heb ik onzichtbaar veel zware problematiek zelf moeten dragen. Dat is dus de andere kant; de schreeuw om hulp, en in de kou blijven staan. In dat opzicht heb ik dus wel ervaring dat de kwaliteit echt heel ver te zoeken is.

Hoe denken jullie over mediation? Kunt u zich voorstellen dat het in sommige situaties beslist niet handig is om dit te blijven proberen? Bent u van mening dat mediation altijd tot oplossingen leidt?

De rechter: Als het enigszins kan moet dit geprobeerd worden in een zo vroeg mogelijk stadium. Het kan veel strijd tussen ouders, en daardoor schade voor kinderen, voorkomen. Het ‘toernooimodel’ in de familierechtprocedure is niet goed voor ouders en niet goed voor kinderen. Het leidt vaak tot verdere escalatie en verder uit elkaar drijven. En een rechter beslist vanuit een momentopname. De achterliggende problemen worden niet opgelost met een rechterlijke beslissing en wanneer er nieuwe geschillen ontstaan, zullen ouders die niet in staat zijn te overleggen, weer moeten procederen. Zo komt er nooit rust in het voormalige gezin. Voorwaarde voor mediation is dat beide ouders de belangen van de kinderen voorop kunnen stellen. Niet verstoord door eigen (vaak oude) trauma’s, boosheid, verdriet en wrok. Wanneer dit wel speelt zullen ouders eerst daarmee aan de slag moeten. Wanneer bij een of beide ouders sprake is van persoonlijkheids- of andere psychiatrische problematiek, waardoor een destructief omgaan met elkaar wordt voortgezet, is dat een contra-indicatie.

De ervaringsagoog: Naar mijn mening werkt mediation alleen wanneer beide ouders meewerken aan de beste situatie voor hun kind na de scheiding. Het belang van het kind voor het eigen ego kunnen plaatsen. Voor een gedeelte van de scheidingen werkt dit dus zeker. Dan is er nog een groep ouders die heel veel baat zou kunnen hebben bij rouwverwerking. Dit wordt vaak vergeten. Start met rouwverwerking, na de fase van boosheid en verdriet zouden deze mensen zeker een mediationtraject kunnen volgen. Maar voor de ouders in een hoog-conflictscheiding werkt mediation juist als olie op het vuur. Totaal een foute benadering. Persoonlijk ben ik voor een preventieve benadering. Begin na elke scheiding met rouwverwerking, feitenonderzoek/waarheidsbevinding en daarna pas, voor ouders die daartoe in staat zijn, mediation.

Hoe staat u erin wat betreft het ouderschapsplan bij ouders die absoluut niet met elkaar kunnen communiceren? En daar ook niet leerbaar in blijken te zijn.

De rechter: Ouders die absoluut niet kunnen communiceren en daarin ook niet te begeleiden zijn, kunnen dus ook geen ouderschapsplan maken. Dan wordt in de praktijk ook afgezien van deze verplichting. Ik vind wel dat uitgangspunt mag blijven dat ouders zelf verantwoordelijk zijn voor het regelen van hun ouderschap na een scheiding, en hun uiterste best doen om eventueel met hulp, hier samen uit te komen. Die hulp zou dan vooral in een vroeg stadium moeten worden aangeboden en verkrijgbaar moeten zijn.

De ervaringsagoog: Dit komt geregeld voor. Rechters, advocaten en mediators dwingen ouders teveel tot communicatie. In sommige gevallen werkt dit gewoonweg niet. Waar het niet werkt, leidt het juist tot grote onrust en frustratie. Daar zou dus een oplossing geboden moeten worden. Iets om heel goed over na te denken. Misschien zou je daar een vertrouwenspersoon of verbinder tussen moeten plaatsen. Géén mediation maar iemand die bij lastige vraagstukken een brugfunctie kan vervullen tussen ouders. Misschien wel een ervaringswerker/ervaringsagoog. Wel met een gedegen opleidingsachtergrond, omdat men niet veilig genoeg kan zijn waar het gaat om kinderen.

Als ouders in een (ernstige) hoog-conflictscheiding verkeren, is contact met beide ouders voor een kind altijd noodzakelijk?

De rechter: Niet altijd. De grens ligt bij (on)veiligheid van het kind. Wel moet al het mogelijke worden gedaan, ook door rechters, om het contact met beide ouders in stand te houden. Bij twijfel of bij onvoldoende informatie, kan de rechter de raad voor de kinderbescherming of een andere instantie vragen onderzoek te doen naar de vraag of contact in het belang van het kind is, en hoe dit dan tot stand gebracht en ingevuld moet worden. In elk geval moet (de veiligheid van) het kind centraal staan en moet duidelijk worden wat het kind zelf vindt en wil. Signalen van ouders en/of kind over onveiligheid (geweld) moeten uiterst serieus worden genomen, uit onderzoek blijkt dat ze meestal op waarheid berusten. Het is een lastige materie met veel afwegingen. Je wilt veiligheid en rust voor het kind maar ook oudervervreemding voorkomen.

De ervaringsagoog: Voor kinderen kan het juist rust geven om bij één ouder te leven. Hulpverlening/familierecht heeft teveel een droomplaatje voor ogen. De beslissing zou in alle gevallen bij het kind moeten komen te liggen. Dat betekent dat men zich veel meer verdiepen moet in hoog-conflictscheidingen en de achtergronden (persoonlijkheidsproblematieken/psychische problemen). Versterk de positie van de welwillende ouder, geef tools zodat de stabiliteit binnen het gezin terugkeert. Aandacht voor inkomensstabiliteit door werk of studie is een voorbeeld.

In het gedwongen kader worden rechtbanken en rechters nogal eens als negatief ervaren door ouders. Soms ook door hulpverleners. Is het nodig dat rechtbanken en rechters van deze negatieve bestempeling afkomen? Zo ja, hoe kan dit gerealiseerd kan worden?

De rechter: Ik weet niet van dit stempel en kan hier dan ook niet veel over zeggen. Er is regulier zakelijk algemeen overleg tussen rechters en jeugdbescherming, daar zou het aangekaart moeten (kunnen) worden. Uit de klantwaarderingsonderzoeken maak ik trouwens ook niet op dat dit speelt. Maar mogelijk is het een lastig aan te snijden onderwerp. Ik ga er graag over in gesprek en sta open voor feedback op dit punt.

De ervaringsagoog: Het enige wat nodig is voor deze beroepsgroepen is van A tot Z weten welke processen er binnen een gezin gaande zijn. Nu heeft men onvoldoende kennis en inzicht. Naar mijn idee zou men veel kunnen leren van mensen uit de praktijk, mensen die hun herstel hebben doorlopen, dus de ervaringswerkers/ervaringsagogen. Het onderzoek van Prof. Ds. Corine de Ruiter sluit geweldig aan bij de beleving van gescheiden ouders. Dus meer onderzoek bespaart geld.

Wordt er in uw optiek voldoende gemonitord en gecorrigeerd op de uitvoering van de OTS?

De rechter: Ook hier is niet in algemene zin iets over te zeggen. De veranderingen als gevolg van de invoering van de Jeugdwet, reorganisaties en bezuinigingen hebben de uitvoering van de OTS de afgelopen periode niet goed gedaan. Vergeet ook niet dat de gezinsvoogd een regiefunctie heeft en dat deze afhankelijk is van de feitelijke invulling van de hulpverlening door organisaties en mensen werkzaam in de sector waar, als gevolg van de transitie, het een en ander aan onrust was en is.

De ervaringsagoog: Ik heb daar geen ervaring mee. Wel op vele andere gebieden rond conflictscheidingen en jeugdhulpverlening. Het is schrijnend. Het systeem is verkeerd. Ik zie ook wel dat goedwillende hulpverleners niet genoeg handvatten hebben. Ook zorgt het ontbreken van voldoende middelen er voor dat er weinig tot geen controle is. Tevens zie ik dat men vaak door verkeerde beslissingen bezig is met de verkeerde oplossingen of juist nog extra onrust/verdriet binnen gezinnen veroorzaakt.

Hoe kan de samenwerking tussen hulpverleners en rechters effectiever georganiseerd worden? De kennis ligt soms ver uiteen. Is dit een taak van vooral de hulpverleners?

De rechter: Een mooi voorbeeld van effectieve samenwerking vind ik de pilot van de rechtbank Noord-Nederland waarin, in samenwerking met gemeenten en hulpverleners, verwijzing door de rechter naar een uniform hulpaanbod bij complexe scheidingen is gerealiseerd. Kennisuitwisseling is ook erg belangrijk. Dit is een taak van beiden. We moeten elkaar daarin (meer) zien te vinden.

De ervaringsagoog: Een mooie verbinding zou kunnen zijn om ervaringsagogen als brug te plaatsen tussen hulpverleners en rechters/advocaten.

Als een ouder zich niet aan de beschikking houdt, wat zou er dan volgens u moeten gebeuren?

De rechter: Beschikkingen moeten worden uitgevoerd, bij niet nakoming is het mogelijk in een nieuwe procedure nakoming te vragen met als sanctie een dwangsom. Ik realiseer mij dat in de praktijk ouders het er vaak bij laten zitten en niet verder in de strijd willen. Wanneer jaarlijks ca. 20.000 kinderen het contact met een ouder verliezen als gevolg van scheiding, dan werkt dit dus niet goed. Eigenlijk zou er een laagdrempelige instantie moeten zijn waar ouders het niet nakomen van een omgangsregeling kunnen melden, en die dan in het belang van de kinderen, actie onderneemt. Zoals we nu wel voor alimentatie hebben geregeld door het LBIO in te schakelen. Overigens zie ik steeds meer zaken waarbij de omgangsregeling niet wordt nagekomen door de ouder bij wie het kind niet woont, meestal de vader. Die vindt het te ingewikkeld voor zijn nieuwe leven of is de strijd met de moeder moe.

De ervaringsagoog: Na de beschikking zou automatisch meer controle moeten plaatsvinden op de uitvoering ervan. Nu trekt bij een verkeerde beslissing de welwillende ouder vaak aan het kortste eind. Waar uiteindelijk het kind altijd weer de dupe van is. Onzichtbare machteloosheid! Ik zou willen vragen: stop meer (kwali-)tijd in rechtszaken, maar zorg ook dat niet de één na de andere zaak gestart kan worden.

Bovenstaande vragen zijn opgesteld door Brigitte Lommers, @ BrigitheML (voormalig) gezinsvoogd & ervaringsdeskundige seksueel en huiselijk geweld. Grote dank voor appelrechter familierecht Janny Idsardi, @IdsardiJanny en herstelcoach en ervaringsagoog in persoonlijkheidsproblematieken en hoog-conflictscheidingen Elles Menke @ellesmenke. Binnenkort volgt deel 2 van dit interview.

Foto komt uit de collectie van Erik Koeslag.

Auteur: Mary

Mijn bio op twitter is aardig volledig: Kritisch, Nieuwsgierig, Moeder, Behulpzaam, Humor, Gehuwd, Regelaar, Spontaan, Flapuit, Creatieve geest, Ideeënbrein, Blogger, #twittertaalgids en oh ja ook nog: a-technisch ben ik.

Deel dit bericht

8 Reacties

  1. Ik ben het er niet mee eens dat wordt gesproken over psychische/psychiatrische problemen in het algemeen binnen dit onderwerp. Ik heb zelf een biploaire stoornis, maar het zou niet bij me opkomen om min dochter van haar vader te vervreemden. En dat heb ik ook nooit gedaan. Wat mij betreft IS er geen strijd. Het is de Cluster B problematiek die ouderverstoting met zich meebrengt. Heel specifiek. Een schizofreen of autist zal dit niet snel doen. Dit even voor de zorgvuldigheid.

    Laat een reactie achter
  2. Ik snap je punt Lotte, maar het is ook niet goed om het enkel bij bepaalde persoonlijkheidsproblematieken neer te leggen. Juist om voorzichtigheid te betrachten en niet met een beschuldigende vinger te wijzen en een hele groep mensen pijn te doen is zorgvuldig beschrijven geboden.
    Als ik enkel over narcisme zou schrijven, dan is dit ook niet correct.
    Dan scheer je een alle mensen over één kam, en krijg je evengoed commentaar.
    De meeste mensen met een persoonlijkheidsproblematiek, zijn lieve goedwillende mensen. Maar bij een hoog-conflictscheiding speelt veel meer onderhuids dan bij een ‘normale’ scheiding.

    Laat een reactie achter
  3. Geweldig dat dit dubbel-interview tot stand gekomen is, dank alle 3!

    Ik heb het nu 3 x gelezen en ik vind een aantal uitspraken (van beide geïnterviewden) tenenkrommend!

    Ik had al een hele lange reactie klaar, maar ik wacht deel 2 af.

    Laat een reactie achter
    • Wacht maar even Maria, volgende week woensdag 2e en tevens laatste deel.

      Laat een reactie achter
  4. Mary, komt er in het 2e deel ook een vraag, hoe er gedacht wordt over een uit huisplaatsing van een kind wegens een vermeend loyaliteitsconflict. Als de jeugdhulpverlening (en de rechters) ergens mee falen, is het dit. Een kind is in de war doordat het 1 ouder mist (ongeacht de reden) en in plaats van hem/haar te helpen dit te verwerken, wordt door de jeugdhulpverlening ook de andere ouder afgepakt. En zo wordt door de inmenging van ondeskundige “hulp” het kind met levenslange trauma’s opgezadeld.

    Laat een reactie achter
  5. De rechter stelt dat uit onderzoek blijkt dat signalen van ouders en/of het kind over onveiligheid (geweld) bijna altijd op waarheid berusten. Ik weet niet op welk onderzoek zij doelt, maar mij is bekend dat (zeden)aangiften die worden gedaan ten tijde van scheiding in 90% van de gevallen onterecht zijn (LEBZ). Daarnaast is het bekend dat in conflictscheidingen regelmatig (ernstige) valse beschuldigingen worden geuit over de ex-partner, om hem of haar op die manier uit te schakelen als ouder. Om oudervervreemding en ouderverstoting te voorkomen/stoppen, moet het patroon worden doorbroken en moeten de kinderen (tijdelijk) volledig uit de invloedssfeer van de ‘programmerende’ ouder worden weggehaald. Gelijktijdig moet het contact met de verstoten ouder worden hersteld. Dit alles onder deskundige begeleiding. Zolang hulpverlening en rechterlijke macht dit niet inzien, blijft het dweilen met de kraan open…

    Laat een reactie achter
  6. Het vaststellen van het effect op de opvoeding van een kind dat te maken heeft met stoornissen van 1 van beide ouders en/of naar aanleiding van aangiftes vind ik gewaagde uitspraken van beide geïnterviewden.
    Of te wel kort door de bocht.

    Laat een reactie achter
  7. Het is van essentieel belang dat hulpverleners en rechters de signalen van ouderverstoting leren herkennen. Daar is expertise voor nodig. Bij hoog conflict scheidingen wordt er standaard geroepen dat de andere ouder psychische problemen heeft. Dat vind ik gevaarlijke uitspraken. Aangiftes van mishandelingen wordt er een onderzoek naar de feiten gedaan? Bij ouderverstoting komen vaak valse beschuldigingen voor. Wat is de impact daarvan op het kind en de vals beschuldigde ouder? Zelfs als er een diagnose van psychische problematiek zou zijn heeft het kind recht op contact/omgang met die ouder. Ook die ouder is de helft van de roots van het kind. Wie bepaald dat rust door middel van contact/omgang breuk in het belang van het kind is en hoe weet je dat is dat wetenschappelijk onderzocht? De roots van het kind wegnemen dient dat het belang van het kind?

    Laat een reactie achter

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *