Ik was een loser maar werd uiteindelijk een winner

“Na het bombardement in de oorlog zijn wij als gezin door de evacuatie verhuisd naar Rotterdam. Tijdens die oorlog is bijna mijn hele familie van moeders kant gedeporteerd naar Auschwitz en Sobibor. Behalve mijn moeder en een zus en broer van haar, is iedereen vergast. Dat zij drieën het hebben overleefd komt waarschijnlijk omdat mijn vader bij de Waffen SS had gediend.

Op 19 mei 1945 werd ik geboren, op mijn vierde begon mijn criminele jeugd. Ik ging uit stelen om eten te vinden. Er werd thuis nauwelijks op mij gelet. Mijn vader is zich na de oorlog vreselijk gaan misdragen; hij was een flinke zuiplap en zijn handen zaten erg los.

Ik werd uit huis geplaatst en kwam terecht in een afschuwelijk en zeer hardvochtig opvoedingsgesticht in Nijmegen. Daar werd ik ontelbare keren mishandeld en seksueel misbruikt door de zogenaamde leiding. Na de lagere school ging ik op mijn twaalfde naar de LTS en ’s avonds ging ik naar de Avond- en Gezelopleiding. Hierdoor kwam ik veel in de stad van Nijmegen, dat verschafte mij een gevoel van vrijheid.

Vlakbij mijn school bevond zich een patatkraam. Vaak stond ik daar te kijken hoe mensen zich tegoed deden aan een zakje friet, iets wat ik niet kon betalen. Na verloop van tijd kreeg de eigenaar mij in de gaten en vroeg waar ik vandaan kwam en wat er aan de hand was. Op de één of andere manier had ik direct vertrouwen in deze man, en ik stortte mijn hart bij hem uit. Ik vertelde dat ik eigenlijk liever dood wilde dan zo door te gaan…

Hij adviseerde mij om een klacht bij de politie in te dienen. Ik vertelde dat ik daar geen vertrouwen meer in had omdat ik dat al eens gedaan had. De politie bracht mij toen terug naar het gesticht en ik werd zeer zwaar gestraft. Ik kreeg zes weken eenzame opsluiting in het donker en moest leven op water en brood. Dus, nee, ik had niet veel vertrouwen in een aanklacht doen bij de politie.

De eigenaar van de patatkraam vertelde mij dat er ’s avonds regelmatig een sexy blondine patat kwam halen, en dat zij wel iets voor mij kon betekenen. Om kort te gaan: ik heb inderdaad kennis gemaakt met dat meisje, Ietje, en dat leidde tot een jarenlange stiekeme verkering want in het gesticht mochten ze hier beslist niets van weten.

In de jaren die volgde heb ik enorm vaak gespijbeld. Ietje wachtte mij elke avond op en ik voelde mij de gelukkigste persoon ter wereld op die momenten! Zij heeft mij erdoorheen gesleept tot de dag dat ik in 1963 vrij kwam uit het gesticht.

Mijn familie was inmiddels terg naar Rotterdam verhuisd, naar de wijk Feynoord, toen een achterbuurt. Dat werd dus mijn thuis. Na zoveel jaren vastzitten in een gesticht, was de overgang naar de echte wereld groot. Ik beschikte niet echt over sociale vaardigheden. Het duurde niet lang voordat ik betrokken raakte bij een jeugdbende.

Met Ietje heb ik nog twee jaar sporadisch contact gehad, dat kwam mede door mijn financiële situatie. Ik werkte slechts af en toe in de haven en omdat mijn moeder uiteindelijk gescheiden was van mijn vader, werd ik de kostwinner. Daardoor bleef er van mijn geld niets over. Een reisje naar Nijmegen, Ietje woonde daar nog steeds, kon ik mij niet veroorloven.

Later, veel later, toen ik de maatschappelijke ladder behoorlijk had beklommen, ben ik terug gegaan naar Nijmegen. Ik wilde haar bedanken voor wat zij voor mij betekend had. Helaas kon ik haar niet vinden. Ze was blijkbaar verhuisd dus ik moest de handdoek in de ring gooien en dat heeft mij heel wat pijn en teleurstelling gekost.

Nu ik gepensioneerd ben kan ik zeggen dat ik met vallen en opstaan toch nog goed ben terecht gekomen. Ik doe nog altijd aan sport trouwens, ik heb gevaren op de wilde vaart en heb de hele wereld gezien. Ik ben sportinstructeur geweest en kwam later als drugshulpverlener in Rotterdam te werken. Ik heb er altijd met plezier gewerkt. Ja, het waren wel hectische jaren kan ik zeggen.

Ik hielp bij veel projecten, zoals het beschermen van de heroïneprostituees aan de GJ de Jonghweg. In die tijd dat ik daar ging werken waren er tweeëntwintig dames vermoord, dus bescherming hadden zij hard nodig. Dat werk was mij op het lijf geschreven. Ook het project van het resocialisatiecentrum, waar ik coördinator was, werd een groot succes. Dat werd zelfs over de hele wereld een succes en resulteerde in bezoeken van hooggeplaatste delegaties vanuit de hele wereld.

Dit alles heb ik bereikt door de kracht en levenszin die Ietje mij vroeger heeft gegeven. Altijd, bij alles wat ik deed, hoorde ik haar stem in mijn achterhoofd zeggen: ‘Piet, geef niet op, doorknokken! Laat je niet kisten!’ Een paar jaar geleden heb ik haar teruggevonden en heb ik haar alsnog kunnen bedanken. Ik was een loser en werd een winner, mede door Ietje.

Ik vind mezelf nu de gelukkigste man op aarde want op latere leeftijd heb ik de hoofdprijs gewonnen: Ik ontmoette mijn echtgenote Tonny. Van haar heb ik geleerd wat echte liefde is en wij zijn dolgelukkig met elkaar.

Maar, in de buitenwereld is het voor mij nog altijd ‘Play the game’. Mijn verleden, waardoor ik geestelijk verminkt ben, draag ik altijd met mij mee. Daardoor kan ik buiten mijn Tonny echt niemand vertrouwen want voor mij is het in de buitenwereld ‘oog om oog, tand om tand’.”

Bedankt Popeye, Piet Kamper voor dit verhaal.

Foto komt uit de collectie van Miek Koopmans.

Auteur: Mary

Mijn bio op twitter is aardig volledig:
Kritisch, Nieuwsgierig, Moeder, Behulpzaam, Humor, Gehuwd, Regelaar, Spontaan, Flapuit, Creatieve geest, Ideeënbrein, Blogger, #twittertaalgids en oh ja ook nog: a-technisch ben ik.

Deel dit bericht

3 Reacties

  1. Van loser naar winner, prachtig verhaal.
    We zijn altijd winners,helaas door omgevings omstandigheden denken we vaak anders.
    Cheers Grts Rich #WarmHart

    Laat een reactie achter
  2. Wat gebeurt er allemaal in een leven, ongelooflijk.
    Jouw leven, vechten om overeind te blijven.
    Dat heb je knap gedaan. Sterk mens dat ben je.
    Het was genoeg…voor nu veel geluk.

    Laat een reactie achter

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *