Ik zat 10 jaar gevangen in een sekte

In 1989 sta ik op een rots in Jaffa, ik ben net 20 jaar. Wat heeft het leven voor zin? Ik ben geboren om misbruikt te worden.

Vanaf mijn derde levensjaar ben ik in de handen van pedofielen. Ik ben getuige geweest van een moord. En zelfs in Israël maak ik er een puinhoop van. Ik wil niet meer leven. Het leven heeft voor mij geen zin. Het is een hel.

Op dat moment spreken mensen mij aan. Ze vertellen over God, die van mij houdt, over een land van melk en honing waar iedereen in liefde als familie met elkaar leeft. Ik ken het niet, maar wat heb ik te verliezen? Ze noemen zich Kinderen van God en ik ga anderhalf jaar met ze mee. Ik kan mijn verhaal kwijt en voel me begrepen. De voorganger zegt dat de misbruikers schuldig zijn en niet ik! Ik stap in hun leven: bidden, joggen, Bijbelstudie, evangeliseren.

Jezus is de weg naar God. Ik voel het nog niet, maar ik voel me wel beschermd. Mijn zusje is dan ook nog in Israël. Ik mag geen contact met haar leggen. Als ze wel eens komt dan is er altijd een mentor bij. Hij verbiedt contact met familie en vrienden. Ik kan over alles met hem praten, dat wel.

Dan gaat de groep naar Amerika. God heeft dat voor ze besloten. Ik ga mee. Ik ben dan bijna 22 jaar. Pas veel later besef ik dat het een sekte is. Op motoren door staten en steden. Het verhaal van God brengen met dans en muziek en een boodschap van de voorganger.

We ronselen zwakke en kwetsbare mensen, die bij ons komen wonen en alles wat ze hebben moeten inleveren. Na één jaar, spreek ik alleen nog in Bijbeltermen. Na weer een jaar belanden voorganger en mentoren in de gevangenis. Het blijkt dat de voorganger jonge meisjes misbruikt en drugs gebruikt en dealt. De groep valt uit elkaar. Mijn visum is niet geregeld, ik moet terug naar Nederland. Ik ben 25 jaar.

Ik kom terecht in een liefdevol gezin van gewone en gelovige mensen. Tenminste, zo lijkt het. De voorganger heeft een eigen bedrijf en ik werk mee. De groep gaat geregeld naar Roemenië en doneert kleding en voedsel in kindertehuizen. Ik heb angsten en de voorganger vertelt dat ik bezeten ben van de demon Jezebel. Dat is een demon die mannen lokt om mij te misbruiken. De voorganger bidt voor me. Ik moet vasten en me afzonderen. Na een poos word ik opgesloten en misbruikt en verkracht.

Ik word zijn vrouw. Ik ben in de war, gehersenspoeld en ik geloof dat het allemaal zo moet zijn. Ik weet niet meer wat waar is. Ik ben mijzelf helemaal kwijt en laat alles gebeuren. Ik ben bang dat ik anders naar de hel ga, want dat wordt me steeds verteld. Opsluiting en misbruik duren vaak dagen aan een stuk. Als de voorganger het wil dan mag ik weer mee om te werken.

Eindelijk weer buitenlucht voelen. Toch is er iets in mij dat schreeuwt: het verkrachten moet stoppen! Ik mag er met niemand over praten, want dan ben ik Judas die God zal verraden. God heeft een plan voor mij. Ik kom in het Beloofde Land, wordt gezegd. Daarvoor moet ik wel mijn leven helemaal aan God geven en ik moet dankbaar zijn dat God mij als zijn instrument ziet. Dat ik dus verkracht word, weet ik nu. Ik moet als Jezus mijn leven opofferen, dan is er een plek in de hemel.

Dagelijks Bijbelstudies, bidden, vasten, evangeliseren (ronselen) en werken met de voorganger in zijn bedrijf. Ik probeer te vluchten, maar ik word gevonden en meegesleurd. Weer opgesloten. Weken lang moet ik vasten en wordt er op mij ingepraat. Ik smeek: laat me gaan. Ik probeer de verdrinkingsdood. Op een dag word ik gebeld uit Amerika: Kinderen van God. Ze hebben een visioen gehad: ik moet terug naar Amerika. Ze zeggen dat de voorganger in Nederland de verkeerde weg op is gegaan.

Ik kan vluchten, doe aangifte. Ik kom terecht in een Blijf van mijn lijf huis. Maar de groep spoort me toch op. Ik moet telkens naar een andere plek. Helaas, de politie kan niks doen voor mij. De mensen in de sekte durven niet te praten. Er is hard bewijs nodig. Men adviseert dat ik terug ga, dat ik me weer laat misbruiken, zodat er bewijs is. Of anders mijn leven zelf maar probeer op te pakken. Ik wil echt niet terug. Het voelt alsof de voorganger toch heeft gewonnen.

Wat wil ik? Nooit meer bang zijn. Niet meer vluchten. Van mijzelf leren houden. Hier begint de zoektocht naar mezelf. Ik ga schrijven en uiteindelijk komt mijn verhaal in een boek: Doorbroken taboes. Ik ga mijn verhaal vertellen, DURF mijn verhaal te vertellen. Ik kan na jaren andere mensen helpen en tot steun zijn.

Ik houd lezingen op scholen, bij instellingen en waar het maar gevraagd wordt. Ik noem mezelf sinds kort: hoopverlener! Met mijn man heb ik een burger initiatief opgezet: samen één te Gorinchem. Voor lotgenoten, eenzame mensen en mensen die het nodig hebben; een luisterend oor of gratis kleding; trainingen ”Op eigen kracht vooruit- herstellen doe je zelf’‘; schilderen op gevoel en dansen op gevoel. Mensen laten geloven in hun eigen kracht. Ik ben ambassadeur voor Samen Sterk zonder Stigma en voor het project Speak now.

Het verhaal van Lana B, opgetekend door Paul Custers.

Foto komt uit de collectie van Kitty van Gemert.

Auteur: Mary

Mijn bio op twitter is aardig volledig: Kritisch, Nieuwsgierig, Moeder, Behulpzaam, Humor, Gehuwd, Regelaar, Spontaan, Flapuit, Creatieve geest, Ideeënbrein, Blogger, #twittertaalgids en oh ja ook nog: a-technisch ben ik.

Deel dit bericht

2 Reacties

  1. Krijg er iedere keer koude rillingen bij wanneer ik jouw verhaal lees.
    Bewondering voor je openheid, je bent een kanjer.

    Laat een reactie achter
  2. Lieve Lana, we kennen elkaar al wat langer en ben op de hoogte van jouw verhaal. Nu dit op deze manier er staat, komt het toch even binnen. Dikke kus voor jouw openheid en enorme bewondering voor je kracht en inzet voor anderen.

    Laat een reactie achter

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *