Wanneer hij sterft ben ik dan vrij?

“Alsof mijn handen gebonden zijn, en mijn hersens bevroren. De woorden die in mijn hoofd zitten komen maar niet op papier.

Weer hoor ik zijn stem in mijn hoofd: ‘Houd je mond, niemand heeft iets met ons te maken. Durf het eens!’ Die woorden zijn in mijn hoofd gebeiteld.

Ze hebben mij gevormd tot wie ik ben. Uit alle macht probeer ik los te komen van zijn narcisme. Mijn verhaal moet eruit, maar nog steeds, na al die jaren heb ik het lef niet. Tot nu…al is dit maar een fractie van mijn verhaal. Dit is het begin van mijn vrijheid.

De gevolgen van mijn jeugd zijn iedere dag nog voelbaar.

Hoe ik reageer op dingen die gebeuren, hoe ik om ga met mijn kinderen en mijn vrienden. Hoe gezag me benauwt, en zelfs een groot gevoel van afkeer bezorgt. Hoe ik schrik van geschreeuw en geweld. Hoe ik steeds probeer iedereen te pleasen, ten koste van mezelf. Hoe ik bang ben voor afwijzing. Hoe ik nog maar weinig mensen vertrouw. Hoe ik mijn emoties niet kwijt kan en depressief raak. Hoe ik me alleen voel… En hoe ik elke dag worstel om van mijn verleden los te komen.

Alles leek zo mooi voor de buitenwereld.

Toen ik klein was leek ik op een gelukspoppetje. Je zag mij altijd lachend, altijd vrolijk. Het is iets dat ik mezelf al heel jong heb aangeleerd, of aangeleerd heb gekregen. Met feestdagen moesten we met zijn allen op de foto. Met een geforceerde ‘cheese’ stonden we er allemaal vrolijk bij. Bij familieaangelegenheden werden onze familiekiekjes doorgegeven. ‘Wat zijn jullie toch een prachtig gezin,’ luidde het commentaar. Niemand wist wat er zich, luttele minuten voordat die foto werd gemaakt, binnen ons gezin had afgespeeld.

Nee, niemand wist van de ruzie, de manier waarop mijn moeder werd gekleineerd en mijn zus of broer werden geslagen. Vaders wil was wet. Het was een uitdrukking die in ons gezin wel heel letterlijk werd genomen. Alles moest altijd gaan zoals HIJ wilde. Mijn moeder wilde bijvoorbeeld dolgraag een winkeltje. Nee, dat was uitgesloten, ze was immers moeder en zijn vrouw. Hij zorgde voor brood op de plank dus dan moest dat brood er ’s avonds wel op tijd staan en daar was zij voor.

Haar droom schoof ze opzij.

Als ze er nog iets over zei dan volgde er hele andere maatregelen. Vriendinnen had ze niet. Ja eentje. Maar ook zij is uiteindelijk nooit meer langsgekomen. Jaren later hoorde ik waarom. Zij kon het niet aanzien hoe hij mijn moeder behandelde en hoe zij niet wilde luisteren en niet bij hem wegging. Met mijn vriendinnen was het anders. Zij vonden altijd dat ik zulke leuke, vlotte ouders had. Logisch, want voor de buitenwereld moest het mooi lijken.

Wisten zij veel dat mijn moeder midden in de nacht in mijn kamer schuilde, omdat ik ertussen sprong zodat hij haar niet kon slaan. Wisten zij veel dat mijn ouders met een mes tegenover elkaar in de keuken stonden? Hoe konden zij weten dat de strop op zolder klaar hing voor de dag dat mijn moeder het niet meer aankon? Ze konden het niet weten, want ik zei niets. ‘Niemand heeft iets met ons te maken’ hoorde ik in mijn hoofd.

Toen ik ouder werd, heb ik zo vaak tegen mijn moeder gezegd: ‘Ga toch bij hem weg mam!’

Maar nee, ze hield van hem, zei ze. En dat was nog waar ook. Iets dat ik tot op de dag van vandaag niet heb begrepen. Hoe kun je houden van iemand die je kleineert en slaat en zorgt dat je alleen komt te staan? Hun huwelijk leek op een drugsverslaving: het maakt je kapot en toch blijf je ernaar grijpen. Mijn moeder was compleet afhankelijk van hem. De enige vriendin die ze had, kwam niet meer. De kinderen waren allemaal het huis ontvlucht en we kwamen alleen op verplichte aangelegenheden nog langs.

Het strenge regime van zijn wil en wet benauwde ons allemaal. Mijn vader jaagde ons stuk voor stuk de deur uit. Niemand was goed genoeg. Aan iedereen mankeerde wat. Buren waren bij voorbaat al vervelend en iedereen die te dichtbij kwam, kreeg vroeg of laat een one way ticket naar de uitgang, om nooit meer terug te komen. En hij was nog verbitterd ook. ‘Iedereen laat ons in de steek,’ zei hij.

Ja, het lag altijd aan de ander. Hij wilde mijn moeder voor zichzelf hebben. Geen bemoeienis van anderen. Mijn moeder werd steeds eenzamer. Ze mocht zelfs haar kind niet meer zien omdat zij het lef had gehad tegen hem op te staan. Uiteindelijk stierf ze van verdriet. Ik zie nog steeds de blauwe plek voor me die hij haar even daarvoor had bezorgd. Sindsdien kan ik geen gevoel meer opbrengen voor deze man. Ik heb slechts één vraag in mijn hoofd: Wanneer hij sterft, ben ik dan vrij?”

Petra

Foto komt uit de collectie van Kitty van Gemert.

Auteur: Mary

Mijn bio op twitter is aardig volledig: Kritisch, Nieuwsgierig, Moeder, Behulpzaam, Humor, Gehuwd, Regelaar, Spontaan, Flapuit, Creatieve geest, Ideeënbrein, Blogger, #twittertaalgids en oh ja ook nog: a-technisch ben ik.

Deel dit bericht

12 Reacties

  1. Poeh, pittig! Lees ik nu goed dat hij haar heeft doodgeslagen?

    Laat een reactie achter
  2. Altijd tiggert het weer zo,n blog. Een herkenbaar verhaal van een leven waar onderdrukking centraal staat….De ruzie die er de heledag heerst en toch het houden van ? Daar kan ik ook wel een boek over schrijven ,waar ik als kind en jongere tussen zat…..
    Als hij sterft ben je vrij.Petra ..laat het hem mee nemen in zijn graf…..
    Zorg alleen dat het jezelf niet overkomt ,….

    Laat een reactie achter
  3. Heel erg goed van je Petra dat je dit van je af schrijft. En blijf het alsjeblieft van je afschrijven! Steeds weer en weer. Al het leed en de ellende moet uit je hoofd en je zegt zelf dat dit maar een fractie is van je verhaal. Blijf erin geloven dat dit het begin is van eindelijk jouw vrijheid.
    Het is triest en ik deel André Veerman zijn woorden; wanneer hij sterft ben je vrij.
    Heel veel sterkte met jouw verdriet en verwerken van dit intense leven.
    Je kunt elke dag opnieuw beginnen, kies voor jezelf en de toekomst die nog voor je ligt.

    Laat een reactie achter
  4. Ik hoop dat het niet meer uitmaakt voor je of hij sterft of niet en dat je snel vrij kunt zijn. Misschien wel door het erover te hebben en met je verhaal naar buiten te komen.

    Laat een reactie achter
  5. Misschien moeilijk te begrijpen maar lezen dat niet jij alleen dit hebt moeten door maken tijdens je jeugd of later , geeft je ergens de kracht om verder te gaan, je dacht steeds dat je alleen stond….NIET DUS….En vrij nadat hij of zij …..!!!! Neen ben je niet geloof me , je kan het een plaats geven maar verwerken NOOIT….!!!

    Laat een reactie achter
  6. Wat herkenbaar. Het zou zo maar mijn verhaal kunnen zijn . Ik leef met je mee!

    Laat een reactie achter
  7. Heftig Petra om te lezen. Hoewel onze verhalen niet hetzelfde zijn, komt de herkenning hard binnen.

    In mijn geval is de man die biologisch gezien mijn vader is, overleden. Ja, het heeft meer vrijheid gegeven. Maar nee, vrij ben ik niet. Hij heeft nog steeds invloed op de familiebanden. Hij zit nog in mijn hoofd, elke dag is het werken aan jezelf. Met 3 stappen vooruit 2 achteruit, steeds een stukje dichterbij vrijheid, loskomen van verleden.

    Wens je veel sterkte en hoop moed en kracht om te spreken, je boek open te slaan.

    Laat een reactie achter
  8. Alle reacties raken mij heel diep. Ze geven een warm gevoel van medeleven, herkenning en kracht om mezelf weer te mogen laten zien. Op groeien met een narcist is iets waar je tot in je verre leven mee wordt geconfronteerd. Maar ik weet ook dat ik ooit los kom. Dank jullie wel x Petra

    Laat een reactie achter
  9. Heel veel sterkte. Ik heb veel vergelijkbare dingen meegemaakt tijdens mijn huwelijk.

    Laat een reactie achter

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *