Sander de Hosson, een bevlogen longarts vertelt

Dag Sander, jij bent als longarts werkzaam in het Wilhelmina Ziekenhuis Assen.
Jouw specialisaties zijn longkanker en palliatieve zorg. Vanwaar de keuze voor deze specialisaties?

Toen ik klaar was met mijn studie geneeskunde, ben ik een tijdje gaan werken als zaalarts in het Martini Ziekenhuis. Ik werkte op de afdelingen Interne Geneeskunde en Longgeneeskunde. Ik was direct gegrepen door deze vakken; het is vaak puzzelen wat er precies aan de hand is.

Vaak maak je een intensieve tijd voor de patiënt mee. Ik vond het heel belangrijk om te zorgen dat alles gestroomlijnd ging, maar dat er ook vaart in de onderzoeken zit. Uiteindelijk liep ik stage op de afdeling longgeneeskunde. Op deze afdeling is longkanker een veelvoorkomende ziekte. Zeker in de laatste fase treedt vaak benauwdheid op.

Ik vond het heel fijn om aan dat symptoom wat te kunnen doen met medicijnen of door middel van bijvoorbeeld het weghalen van vocht in de longholte. Longziekten is mijn werk, maar palliatieve zorg werd mijn passie. Ik weet dat zorgverleners bij deze patiëntencategorie heel veel kunnen betekenen, waarbij het er niet alleen om gaat de klachten goed te behandelen, maar vooral ook oog te hebben voor de gehele mens.

En dat is precies waar palliatieve zorg voor staat: een benadering die ook gericht is op psychische en sociale problemen en niet in de laatste plaats voor existentieel lijden. Patiënten die een ongeneeslijke ziekte hebben worstelen vaak met vragen over hun ziekte, hun lot.

Maar ook is deze laatste fase een punt waar het leven bij elkaar komt. Vaak zijn er waardevolle gesprekken met familieleden of andere dierbaren. Palliatieve zorg ondersteunt dit proces maximaal. Het is een buitengewone eer om dat mee te mogen maken, om toe te mogen treden tot de intieme sfeer van een stervensproces en daarin een rol te mogen hebben.

Ik houd me erg vast aan een uitspraak van Pare: La médecine c’est guerir parfois, soulager souvent, consoler toujours. ‘Geneeskunde is soms genezen, dikwijls verlichten, altijd troosten.’ Ik denk dat dit principe leidend moet zijn in de zorg.

Is longkanker in theorie goed te behandelen?

Helaas is longkanker een van de dodelijkste kankers die er is. Uiteindelijk overlijdt 85% van de patiënten aan de ziekte. Daarnaast komt de ziekte veel voor: meer dan 12.000 keer per jaar. Er gaan in Nederland bijna meer mensen dood aan longkanker dan aan borstkanker, darmkanker en prostaatkanker samen.

15% van de patiënten overleeft de ziekte. Dit zijn vooral patiënten bij wie een operatie mogelijk is, of bij wie in een vroeg stadium de tumor met een hoge dosis lokaal bestraald kan worden.

Toch staat de ziekte onvoldoende in de belangstelling. Dat komt deels door het stigma dat er is; patiënten schamen zich voor de ziekte, omdat het vaak door roken veroorzaakt wordt. Roken is een verslavingsziekte, waar mensen erg moeilijk van af komen. Zoveel ‘eigen schuld’ is er helemaal niet.

Ik kan woest worden als mensen deze patiëntengroep op deze manier wegzet. Als maatschappij moeten wij maximaal investeren in preventie. Het is een grote schande dat de overheid hierin geen enkele rol meer speelt. Zo werd de subsidie voor Stivoro ingetrokken. Vermoedelijk leveren de tabaksaccijnzen veel geld op.

Daarnaast lijkt de tabaksindustrie een grote invloed te hebben op de politiek. Ik vind dat ranzig en immoreel. We hebben een minister en een ministerie van Volksgezondheid nodig die zich echt inspannen om iets voor de burgers te doen en ik kan maar niet begrijpen dat dit dossier zo blijft liggen, terwijl ze zich wel druk maakt over hygiënische doekjes. Gênant.

Welke behandeling wordt het meest toegepast?

Allereerst wil ik zeggen dat bij longkanker elke patiënt in een multidisciplinair overleg besproken wordt. In ons geval zitten het UMCG, het Martiniziekenhuis en het Wilhelmina Ziekenhuis waar ik werk, om een tafel. Wij bespreken de mogelijkheden voor elke patiënt met longkanker in een centraal team met longartsen, chirurgen, radiologen, radiotherapeuten, verpleegkundigen en pathologen. Dat is fantastisch voor de patiëntenzorg.

Daardoor kunnen ze behandeling dicht bij huis krijgen, terwijl de behandelbeslissingen elders genomen worden met hun eigen dokter erbij. Kankerzorg is dichtbij als het kan en ver weg als het moet. Zeldzame kankersoorten horen in gespecialiseerde ziekenhuizen behandeld te worden.

De behandeling is afhankelijk van uitzaaiingen maar ook van het hebben van andere ziekten en de performance score, dat is wat een patiënt aankan. Aangezien de meeste patiënten al uitzaaiingen hebben op het moment van diagnose, is de meest toegepaste behandeling chemotherapie.

Als de ziekte alleen in de long zit, proberen we het er uit te opereren of het met lokale bestraling weg te bestralen. Je ziet van deze behandeling goede resultaten. Dat is erg fijn. Bij patiënten bij wie de ziekte zich beperkt tot de long en het mediastinum (gebied tussen de longen in) wordt een gecombineerde behandeling van chemotherapie en bestraling toegepast. Dat is vaak een zware behandeling, maar je ziet dat 20-30% van de patiënten na 5 jaar nog leeft. Dat is dus best hoog.

Als de ziekte zich al door het lichaam verspreid heeft, is een op genezing gerichte behandeling onmogelijk.

De behandeling is dan alleen remmend: het uiteindelijke doel van chemotherapie is vooral het bereiken van een betere kwaliteit van leven door het verminderen van de tumorgrootte en daarmee de klachten. Inderdaad neemt ook de overleving door de chemotherapie toe, maar dat is vaak maar met enkele maanden. Ik hoop dat er behandelingen komen die dit verder doen laten toenemen.

Op welke behandelingen doel je?

Immunotherapie is zo’n behandeling waar we erg geïnteresseerd in zijn. Helaas reageert maar 20% van de patiënten op die behandeling, maar de eerste resultaten laten zien dat dat wel gedurende een langere tijd is. Er zijn ook nadelen aan de behandeling. Zo heeft het veel bijwerkingen en we weten vooraf niet wie op de behandeling zal reageren.

Zo mag je bijvoorbeeld medicijnen als dexamethason en prednisolon liever niet geven aan patiënten met immunotherapie. Daar zit een probleem want het zijn middelen die veel worden toegepast in de palliatieve zorg om hersenoedeem, pijn en ook verlies van eetlust te bestrijden. Ten slotte is het erg duur. Hoewel het goedkoper zal worden, kost het op dit moment 140.000 euro per jaar.

We moeten daarom als maatschappij antwoorden formuleren of en bij wie we dit gaan toepassen. 80% van de patiënten schiet er niets mee op, terwijl ze er wel ziek van worden en geen andere behandeling zoals chemotherapie kunnen krijgen. Daar zullen we in de komende jaren antwoorden op moeten krijgen.

In eerste instantie zal immunotherapie alleen in centra gegeven worden. Dat is goed, want we moeten ervoor zorgen dat we deze behandelingen in Nederland goed onder de knie hebben.

In tweede instantie moeten we ervoor zorgen dat deze behandelingen ook in de perifere ziekenhuizen toegediend kan worden. Het gaat vermoedelijk om grote groepen patiënten. Het lijkt me verschrikkelijk als deze patiënten, terwijl ze als zo ziek zijn, ook nog grote afstanden moeten afleggen voor controles en toediening van de middelen.

Daarnaast wordt daardoor de afstand tussen de 1e en 2e lijn te groot, de huisarts kent de specialist niet meer en dat is in de palliatieve zorg absoluut onwenselijk. Ik vind dat de dokter zich moet verplaatsen, niet de patiënt. Dat is de oncologie van de toekomst. Deze dokter kan dan de behandelresultaten en de complicaties van immunotherapie bespreken in een centraal team, al dan niet in een academisch ziekenhuis.

Bestaat een dosis chemo standaard uit dezelfde stoffen?

Nee, het hangt er van af welk subtype de longkanker is. Voor het subtype plaveiselcelcarcinoom, geven we bijvoorbeeld een andere behandeling dan voor het subtype kleincellig carcinoom.

Sinds enkele jaren geven we soms ook tabletjes bij uitgezaaide longkanker. Dit kan bij patiënten die een zogenaamde ‘mutatie’ in de longkankercel hebben. Dit zijn niet mutaties die je erft van je ouders, maar die ontstaan in een longkankercel. Wij kunnen op die mutatie gerichte behandelingen geven en je ziet dat de ziekte zich dan langer rustig houdt.

Zijn er ook mensen die erg ziek worden van de chemo/bestraling? In hoeveel gevallen is dat?

Ja. Sommige mensen hebben overigens helemaal geen klachten. De meeste mensen worden door de chemotherapie vermoeid of hebben buikklachten of bloedarmoede. Een beperkt aantal mensen wordt er erg ziek van. Dat is natuurlijk een groot nadeel van de behandeling.

Je kan niet altijd van te voren voorspellen wie ziek wordt. Chemotherapie bestaat uit meerdere kuren die meestal met een interval van drie weken gegeven worden. We kunnen dit interval verlengen of eventueel wat minder chemotherapie geven, maar patiënten hebben te allen tijde de mogelijkheid te stoppen met de behandeling.

Nog even verder over palliatieve zorg: wat is het precies en waarom is het zo ontzettend belangrijk?

Palliatieve zorg is een benadering die werkt aan de beste kwaliteit van leven voor de patiënt met een ongeneeslijke, levensbedreigende aandoening en voor zijn naasten. Hierbij richt de zorg zich niet alleen op lichamelijke klachten en beperkingen, maar vooral ook op psychische en sociale klachten. De mens staat centraal en alle aspecten zijn van belang.

Palliatief zorgverleners werken aan kwaliteit van leven, maar ook aan kwaliteit van sterven. Gelukkig zie je dat deze vorm van zorg steeds belangrijker gevonden wordt. In de meeste ziekenhuizen zijn palliatief teams. Wij hebben sinds ruim een jaar zo’n team en we zien dat we enorm veel consultaanvragen krijgen. Het belangrijkste doel is om ervoor te zorgen dat de overdracht naar thuis goed geregeld wordt.

Het hebben van een palliatief team is een, het zorgen dat het blijft functioneren is een tweede. Ik denk dat ziekenhuizen wel audits kunnen verwachten op dit terrein. Sowieso is het per 1 januari 2017 verplicht voor een ziekenhuis die kanker behandelt, een palliatief team te hebben.

Jij bent hoofdredacteur van een aantal medische leerboeken zoals: Probleemgeoriënteerd denken in de Palliatieve Zorg, Probleemgeoriënteerd denken in de Longgeneeskunde en redacteur van het leerboek De Thoraxfoto, een stapsgewijze beoordeling. Daarnaast schrijf jij indringende blogs over situaties waar je in je werk tegen aanloopt. Hoe combineer je al dat schrijven met jouw werk?

Ik heb de leerboeken geschreven in mijn opleidingstijd, nu hoef ik ze alleen nog maar te updaten. Dat is duidelijk minder werk. Ik schrijf inderdaad blogs maar die kosten weinig tijd. Het is erg mooi om te zien dat door middel van dit soort verhalen patiënten, naasten en het publiek meer inzicht krijgen in hoe palliatieve zorg werkt en hoe ontzettend hard palliatieve zorgverleners werken om de kwaliteit van leven tot in de laatste seconde van dat leven op zo’n goed mogelijk niveau te houden.

Neem jij je werk mee naar huis of kan je daar afstand van nemen? Wat doe jij ter ontspanning?

Helaas overlijden veel van mijn patiënten door hun ziekte. Ook jonge mensen. Je leert daar afstand van te nemen, anders is dit werk onmogelijk te doen. Ik neem eigenlijk nooit werk mee naar huis. Een enkele keer praat ik er met familie of vrienden over. Ik vind euthanasie lastig en heftig en dat geldt ook voor het overlijden van jonge mensen of ouders met jonge kinderen. Gelukkig kan ik daarover binnen het ziekenhuis of ook bij vrienden over praten.

Sander de Hosson heeft recent een Award gewonnen voor zijn werk. Hij is actief op social media. Zijn blogs zijn HIER te lezen. Ook schrijft hij voor artsennet.nl en nursing.nl.

Foto komt uit de collectie van André Brockbernd, @dokodojan.

Auteur: Mary

Mijn bio op twitter is aardig volledig: Kritisch, Nieuwsgierig, Moeder, Behulpzaam, Humor, Gehuwd, Regelaar, Spontaan, Flapuit, Creatieve geest, Ideeënbrein, Blogger, #twittertaalgids en oh ja ook nog: a-technisch ben ik.

Deel dit bericht

3 Reacties

  1. Een bevlogen longarts die uitgaat van zijn patiënten. Samen met hen een traject uitzet. Heeft patiënt toch nog haar eerste kleinkind kunnen laten zien. Daar is moed voor nodig. Kiest dus soms voor de moeilijke maar mogelijke oplossing.

    Laat een reactie achter
  2. Een gesprek met zoveel menselijke diepgang, gewoon prachtig om lezen hoe bezield iemand nog kan zijn om patiënten in hun lijden tegemoet te komen als mens en niet alleen als arts.
    Palliatieve zorgen, een afdeling waar het leven mooi en vredig kan eindigen gewoon omdat men waardig mag en kan inslapen….Dit lezen was kippenvel en toch een warm gevoel krijgen !!

    Laat een reactie achter
  3. Mooie blog ,een longarts met hart voor zijn werk.Als oncoloog schrijf jij ook mooi over de palliatieve zorg die inderdaad zo belangrijk is.Ik lees jouw blogs al 1,5 jaar (ben volger) en ben steeds onder de indruk hoe jij je werk doet.Mijn zwager is 4 jr. geleden aan longkanker overleden en wat ik nu bewonder in jouw verhaal, dat de patiënt niet zo ver moet reizen als hij zo ziek is voor behandeling.Maar dat het door overleg in het team ook mogelijk is.Ik heb die reis gezien steeds naar Amsterdam voor bestraling en te ziek met taxi terug.Er zijn zoveel menselijke kanten te lezen in jouw blogs en degene die jouw mag treffen als arts bij al zijn behandelingen en soms mag genezen maar verlichting en troost kan je goed bieden.Mooi dat er nu een palliatief team is,jammer dat het 4 jr. geleden nog niet was.Maar bewondering voor jouw werk heb ik wel.Graag lees ik alle blogs !

    Laat een reactie achter

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *