Klootzakken zijn van alle tijden

“Het prille begin van een nieuw jaar verloopt vrijwel altijd volgens een vast ritueel. Als de kruitdampen van de 67 miljoen aan afgestoken vuurwerk koud zijn opgetrokken, worden we bestookt met statistieken over oog- en vingerletsel.

Er wordt gesproken van een rustige jaarwisseling, ondanks dat de berichtgeving anders doet vermoeden.

De beste wensen worden op de automatische piloot uitgedeeld aan willekeurig wie voorbijkomt, de goede voornemens blijven steken in de uitvoering, en de straatjes vol met vuurwerkafval worden onder begeleiding van een flinke kater de volgende ochtend schoongeveegd.

Dit jaar was er iemand die zijn straatje probeerde schoon te vegen. Op een rottige manier, kort door de bocht (en dat, zo weet iedere huisvrouw, veegt voor geen meter) en met geen ander doel om goede sier te maken. Althans, zo heb ik het ervaren.

Laat mij het uitleggen.

Nog zo’n ‘eindejaarstraditie’ is het belagen van hulpverleners. En ook dit jaar, 2017 was koud een paar uur oud, druppelden de berichten al binnen.

Ambulancemedewerkers, politiemensen, brandweerlieden…niet alleen werden ze gestoord tijdens de uitoefening van hun werk (en het is al zo’n pretje hè mensen, werken met de feestdagen!) ze werden ook bedreigd, uitgescholden, aangereden, bekogeld met vuurwerk etc. etc.

En net als elk jaar weer sprak men er schande van.

En zo ook minister Ard van der Steur, die met één simpel tweetje dacht op een goede manier zijn medeleven te tonen. Ik kan het me haast niet voorstellen, maar voor wie het gemist heeft, dit is de tekst van de betreffende tweet:

“Grote waardering voor de inzet van onze hulpdiensten tijdens jaarwisseling. Onacceptabel dat juist tegen hen geweld wordt gebruikt #handenaf”

De goedbedoelde, maar toch vooral loze woorden schoten velen in het verkeerde keelgat en onze Ard kreeg op Twitter dan ook de volle laag. ‘Geen woorden, maar daden’, was de rode lijn in de reacties. En terecht.

Het meest treffende antwoord (vond ik althans) kwam uit de regio Rotterdam, waar een agent tweette “in Rotterdam zeggen wij niet lullen maar poetsen. Ik heb een emmertje met sop klaargezet voor u.” Klare taal als je het mij vraagt.

Bij mijn weten is het voor het eerst dat er zo kritisch gereageerd werd, althans in het openbaar. Gek eigenlijk, want het probleem dat zich voordoet is dan misschien tijdens een jaarwisseling heel scherp in beeld, maar het is natuurlijk gewoon een jaarrond probleem.

Elke week wordt er wel ergens een hulpverlener gehinderd (en dan zeg ik het netjes) als hij zijn werk probeert te doen. Pasgeleden nog werd er een baksteen door de zijruit van een ambulance gegooid, terwijl er een patiënt achterin lag.

Het gebeurt te veel en te vaak.

Een vriendin van mij werkt bij de politie. Als ik hoor wat zij allemaal naar haar hoofd krijgt tijdens een dienst, dan schaam ik me kapot. En ben ik tegelijkertijd dankbaar dat er desondanks nog steeds mensen zijn die deze ondankbare taken op zich willen nemen. Want laten we wel zijn, hulpverleners zijn onmisbaar.

Kortom, het is geen probleem dat zich beperkt tot de jaarwisseling. Alleen ligt dan het vergrootglas er net wat meer op en is het allemaal nog nét even wat erger. Ook is het niet iets ‘van de laatste tijd’.

Mijn vader zat vroeger bij de vrijwillige brandweer. En ik weet nog heel goed dat ik als klein meisje van 13 (dik 30 jaar geleden) doodsangsten uitstond als hij dienst had tijdens de jaarwisseling.

Omdat hij het jaar daarvoor, terwijl hij en zijn collega’s politieagenten probeerden te ontzetten, bekogeld werd met bakstenen. Ik heb er weken slecht van geslapen en begreep niet waarom iemand zoiets zou doen. Nog steeds niet trouwens.

Waarmee ik maar wil zeggen, klootzakken zijn van alle tijden.

Het gebrek aan respect is in de loop der jaren nog erger geworden en dankzij de sociale media is alles zichtbaarder geworden. Maar in al die jaren, echt al die jaren is er door de politiek nooit serieus werk van gemaakt.

Die waren vooral druk met reorganisaties en bezuinigingen.

Terwijl je je hulpverleners volgens mij juist moet koesteren, waarderen en beschermen. En dit gebrek aan onderhoud, want zo noem ik het maar even gechargeerd, begint nu (nu pas!) zijn tol te eisen. En terecht. Men pikt het niet meer.

Eén van mijn favoriete Loesje-spreuken is “het is gewoon veel fijner dweilen als je in ieder geval weet dat iemand de kraan probeert te repareren.” En volgens mij verwoordt dat exact het pijnpunt hier. Hulpverleners zitten niet te wachten op medeleven en loze kreten.

Ze zitten te wachten op hulp. Op concreet handelen. Op bescherming. De kritiek die ze hebben geuit zie ik dan ook meer als machteloosheid, als wanhoopskreten desnoods, dan als ‘schoppen tegen de gevestigde orde’.

Ze willen niet alleen gehoord worden, maar ook geholpen. Omdat het verdomme een keer tijd wordt!

Ik weet niet of Ard van der Steur al goede voornemens had voor 2017, maar anders wil ik hem er wel eentje influisteren. Stop met tweeten en ga over tot actie. Doe voor hen wat zijn voor ons doen: verleen hulp.”

Gastblog van Yvette Kars, @IdeeenFee. Lees meer op feetjeblogt.nl

Foto komt uit de collectie van Erik Koeslag.

Auteur: Mary

Mijn bio op twitter is aardig volledig: Kritisch, Nieuwsgierig, Moeder, Behulpzaam, Humor, Gehuwd, Regelaar, Spontaan, Flapuit, Creatieve geest, Ideeënbrein, Blogger, #twittertaalgids en oh ja ook nog: a-technisch ben ik.

Deel dit bericht

5 Reacties

  1. Het vermelde Loesje zegt alles.
    Goed stuk van jou. En zo waar.
    We blijven hopen he.

    Laat een reactie achter
  2. Duidelijk!
    Er verandert niets als dit soort verhalen niet naar buiten komen.

    Als Van der Steur dit nou ’s zou lezen, wat zou hem dat doen?
    ZOU het hem iets doen,

    En kleine “aanvulling”, mag wel toch? 🙂
    Ná de groepen die op straat werken, komt er nog een groep hulpverleners die ’t zwaar te verduren hebben: de zorg-verleners in ziekenhuizen, huisartsenposten, crisis-ggz.
    (Deze aanvulling is géén kritiek!)

    Dank je voor je duidelijke verhaal en Mary als altijd dank je voor het bieden van ruimte!

    Laat een reactie achter

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *