Ik wilde niet anders zijn

“Als kind al was ik op school altijd het mikpunt van pesterijen, ik ben nooit echt goed geweest om voor mezelf op te komen. Ik liet het altijd maar gebeuren. Zo wist ik vanuit school altijd alle wegen om naar huis te komen, zodat ze me niet zouden kunnen aanvallen. Thuis heb ik hierover nooit gepraat.

Ik kan me nog herinneren dat ik als kleuter in elkaar geslagen werd door, wat ze tegenwoordig, bovenbouw kinderen noemen. Huilend lag ik daar zonder dat zelfs een juf iets deed. Ik voelde me nooit echt veilig op school. Me echt uiten en me kwetsbaar op durven stellen naar een ander heb ik altijd erg spannend gevonden. Zelfs nu ik 40 jaar ben. Al weet ik ondertussen wel, dankzij therapie, hoe ik daar beter mee om kan gaan. En merk ik dat ik daarin groei.

Het ging niet lekker op school, en ondanks dat mijn ouders gingen praten met de leerkrachten, veranderde er helemaal niks. Ik moest maar wat flinker zijn en tegen een stootje kunnen, zo werd er gezegd. Om deze reden ben ik toen van school veranderd. Hierover hebben mijn ouders wel goed met mij gepraat. Ik ging van klas 2 naar klas 3 en het was een fijne overstap. God, wat was de juffrouw daar een schat. Als ik daar nu aan terug denk heb ik tranen in mijn ogen. Zij had zoveel geduld en begrip.

Ik kon slecht meekomen en had op mijn oude school een flinke achterstand opgelopen. De Lomschool heb ik toen ook voorbij horen komen maar daar hebben mijn ouders altijd een stokje voor gestoken. Ik ben blijven zitten en de jaren daarna heb ik een prachtige tijd gehad, zonder pesterijen. Wel bleef ik moeite met lezen houden maar in die tijd werd er niet op dyslexie getest.

Al op jonge leeftijd wist ik dat ik eigenlijk op jongens viel, maar ik was ondertussen al zo goed in het verbergen van mijn gevoelens, dat ik me daar tot aan mijn 24ste tegen afgezet heb. Ik wilde geen vreemde eend zijn, want anders zijn betekent dat je daar altijd mee gepest wordt. Op het Voortgezet onderwijs had ik het de eerste 2 jaar ook niet makkelijk. Ik koos uiteindelijk voor een grafische opleiding, en dat wereldje lag me wel.

Pas in mijn examenjaar werd ontdekt dat ik dyslexie heb. En daar worstel ik ook steeds wel mee. Daardoor heb ik op advies van school een switch gemaakt naar het horeca vak. Weer kwam ik terecht in een harde wereld. De jaren als kok waren prima. Het was hard werken en ik kon lekker vluchten voor alle gevoelens die ik had. Ik werd wel steeds passief agressiever en veranderde in een grote botterik. Totdat mijn opa overleed. Toen trok ik het niet meer.

Emotioneel was ik een wrak en dat werd nog erger toen ik op de werkvloer met de dood werd bedreigd door een collega die met een mes voor me stond. Ik zat met mezelf in de knoop al was dat voor de buitenwereld nog niet te zien. Na een jaar ben ik wel weer aan het werk gegaan. Dit keer in het theater waar een heel andere sfeer heerste. Ik voelde me er thuis en groeide binnen het bedrijf goed mee. Ik maakte al snel promotie. Het ging me goed af, ik had mezelf eindelijk op de rails én had mijn coming out gehad.

Ik voelde me vrij om te doen en te laten wat ik wilde. Ik kwam mijn eerste man tegen, en we trouwde al binnen een half jaar. Veel te snel achteraf, en die twijfel heeft altijd aan me geknaagd. Hij was een fantast en als hij vloot dan loog hij al. Ik werd heen en weer geslingerd in een wereld vol bedrog. Daar kon ik moeilijk mee omgaan. Financieel hadden we het goed, daar heb ik me in die tijd nooit echt druk om hoeven maken.

De verbale en non-verbale mishandelingen waren op zijn zachts gezegd erg heftig. Het ging steeds minder goed met mij. Ik werd geslagen, gebeten en hij maakte graag mijn spullen kapot. Eigenlijk was er nooit een reden waarom hij dat deed. Hij bepaalde mijn leven en ik liep als een loopse hond achter hem aan. Soms vocht ik terug, maar hij was sterker. Soms smeet hij mij uit woede naar buiten.

Er zijn wat nachten geweest dat ik in de winterkou op mijn sokken buiten rondliep te dolen. Ik durfde niet aan te kloppen bij vrienden of familie. Samen hadden we ook een eigen zaak, dat liep op een gegeven moment niet meer goed. We gingen failliet en ons huis moesten we verkopen. Een scheiding was onvermijdelijk en ik ging bij mijn ouders wonen.

Ik ben toch weer in de horeca gaan werken, om te bewijzen voor mezelf en de buitenwereld dat ik het wel kon. Ik werkte me zelfs op tot chef-kok al had ik door alle gebeurtenissen wel een persoonlijkheidsstoornis ontwikkeld. Het ging gewoon niet meer, ik verloor mezelf en kreeg mijn eerste burn-out. Maar ik ben een vechter en ik geef niet op. Ik ging al snel weer aan het werk maar dat ging natuurlijk mis en ik kreeg wederom een burn-out. Ondertussen heb ik door alle gebeurtenissen diverse lichamelijke klachten ontwikkeld.

Op dit moment ben ik met mijn re-integratiecoach aan het zoeken naar andere mogelijkheden. Nu, een jaar na mijn klinische opname van een half jaar, kan ik zeggen dat het goed met me gaat. Ik ben ondertussen getrouwd met mijn huidige man en samen hebben we het erg fijn. Hij geeft mij vertrouwen en door hem krijg ik rust in mijn hoofd. Hij steunt me en ik heb steeds sterker de overtuiging dat ik anderen kan helpen door mijn verleden.

Mijn verleden heeft mij de mens gemaakt die ik nu ben. En daar ben ik trots op, ik hou van mezelf.”

Diederik

Foto komt uit de collectie van Miek Koopmans, @MiekKoopmans.

Auteur: Mary

Mijn bio op twitter is aardig volledig:
Kritisch, Nieuwsgierig, Moeder, Behulpzaam, Humor, Gehuwd, Regelaar, Spontaan, Flapuit, Creatieve geest, Ideeënbrein, Blogger, #twittertaalgids en oh ja ook nog: a-technisch ben ik.

Deel dit bericht

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *