Ik kom graag op voor de zwakkere partij

Dag Reinier, wilde jij altijd al advocaat worden?

Nee, concreet heb ik nooit voor ogen gehad wat ik wilde worden. Wel was ik altijd al maatschappelijk geëngageerd. Ik wilde de wereld verbeteren zoals ik hoop dat vele kinderen dat wensen.

Als aankomend student stond ik ingeschreven voor de studies culturele antropologie en politicologie, maar toen ik tijdens een studiedag in Leiden een oud-kinderrechter over haar vak hoorde spreken, wist ik dat ik mijn ei kwijt zou kunnen binnen die studie en veranderde ik mijn studiekeuzes.

Jij werkt als advocaat jeugdrecht. Kan je iets vertellen over jouw cliënten?

Ik werk overigens 50/50 jeugd en strafrecht en ben in beide vakken specialist. Mijn cliënten zijn jongeren en ouders die wegens hun vaak kwetsbare situatie in aanraking komen met jeugdbescherming. Daarnaast sta ik verdachten van ernstige misdrijven bij. De rode draad is dat ik graag op kom voor de zwakkere partij om met mijn inzet de krachtsverhouding tussen burger-overheid recht te trekken.

Waar loop je zoal tegenaan?

Zowel in het strafrecht als in het jeugdrecht zijn er in de wet regels opgenomen om de verdachte/ouders en kinderen een eerlijke kans en stem te geven in de juridische procedure. In de praktijk worden die regels toch vaak als minder belangrijk onvoldoende nageleefd, waardoor rechtzoekenden niet het gevoel hebben dat zij een eerlijk proces hebben gehad.

Een voorbeeld is dat ouders die te maken krijgen met een verzoek tot uithuisplaatsing niet standaard worden verwezen naar een gespecialiseerd advocaat. Vele ouders komen zonder advocaat naar een zitting om hun zegje te doen. De Raad voor de Kinderbescherming of de Gecertificeerde Instelling heeft echter van te voren haar verzoek met een rapport onderbouwd.

Ouders hebben dan eigenlijk geen kans meer hun soms goede argumenten op een goede wijze naar voren te brengen. Te ingrijpende beslissingen in het leven van kinderen zijn hiervan soms het gevolg. Een eerlijke procedure betekent dat alle partijen gelijke kansen krijgen om de rechter te overtuigen. In het jeugdrecht is dit nog onvoldoende goed geregeld.

Een 2e voorbeeld is dat ouders wiens kind onder toezicht staat en waarvan jeugdbescherming een verzoek doet tot verlenging van de ondertoezichtstelling, niet standaard een zitting krijgen. Ouders krijgen per gewone post een brief thuis, waarin staat dat als zij behoefte hebben aan een zitting dat zij dan contact moeten opnemen. Gebeurt dat niet, dan wordt de ondertoezichtstelling in de regel verlengd zonder dat ouders gehoord zijn.

Probleem is dat veel ouders de brief te laat krijgen (in verband met schuldsanering) of helemaal niet. Een groter probleem hierbij is dat puur vanuit efficiëntie-overwegingen partijen hier niet gelijk worden behandeld. Juist omdat het de relatie overheid-burger betreft zou je verwachten dat juist de burger extra bescherming krijgt.

Jij maakt je sterk voor de kinderrechten. Is het daar zo slecht mee gesteld?

Nee en ja. Er is gelukkig in de afgelopen jaren veel aandacht gekomen voor kinderrechten. De Kinderombudsman heeft de rechten van kinderen echt op de agenda gezet. In de praktijk zijn er nog veel knelpunten die niet alleen benoemd moeten worden, maar ook daadwerkelijk worden opgelost. Dat kan alleen indien de overheid wordt gesanctioneerd als zij de kinderrechten schendt.

Een voorbeeld: Recent stond ik een jongen bij van 17, waarvan de Raad voor de Kinderbescherming de kinderrechter verzocht hem tot zijn 18e in een 3-milieuvoorziening te plaatsen (een soort jongerenhuis waar de eerste stappen gezet worden naar zelfstandigheid). De kinderrechter wilde mij eerst niet binnen laten omdat kinderen alleen recht hebben op een eigen advocaat los van de ouders als het gaat om een uithuisplaatsing in een gesloten inrichting.

De kinderrechter vindt dan dat de gezaghebbende ouders de enige zijn die een advocaat mogen inschakelen bij dit soort verzoeken. Via een trucje heb ik dat omzeilt (ouders waren het ermee eens). Vervolgens stelde ik dat de uithuisplaatsing moest worden afgewezen, onder andere omdat er door de wachtlijstproblematiek helemaal niet duidelijk is of, en waar de jongere dan heen zou moeten. De kinderrechter was het met me eens, maar het legt wel een probleem bloot.

Wachtlijsten zijn nog steeds een groot probleem en dat zal blijven zolang er geen sanctie wordt opgelegd. Indien in de Jeugdwet zou zijn geregeld dat het college dwangsommen verbeurt ten bate van de spaarrekening van het kind zou er veel harder worden ingezet op vermindering van de wachtlijsten. Nu zie je zelfs dat bij de laagdrempelige wijkteams er wachtlijsten zijn ontstaan. Financieel is dat nu bepaalt niet onvoordelig voor het college van de gemeente, terwijl de Jeugdwet hen verantwoordelijk stelt voor een voldoende aanbod van jeugdhulp.

Wat moet er anders in het jeugdrecht? Hoe krijg je dat voor elkaar?

De transitie van de jeugdzorg naar de gemeente is helemaal zo slecht niet. Echter, door de snelheid van het proces en het uitblijven van werkelijk vernieuwende ideeën is het nu op onderdelen oude wijn in nieuwe vaten. De oude bureaus jeugdzorg heten nu Gecertificeerde Instelling. De gezinsvoogd heet nu jeugdbeschermer, maar de mensen en de cultuur zijn dezelfde gebleven.

Belangrijk is ook het vertrouwen van ouders en kinderen in de hulpverlening. Daarvoor is sanctionering van de termijnen waarop de jeugdhulp geleverd wordt van belang. Ook het beginsel van hoor– en wederhoor, en het beginsel dat beide partijen gelijke kansen moeten hebben in een juridische procedure, moet veel sterker worden gerealiseerd.

Als een zaak voor de kinderrechter komt, zorg dan dat ouders ruim van te voren een gespecialiseerd advocaat krijgen, zodat er ook daadwerkelijk evenwicht bestaat in de machtsverhouding. Dat komt de zorgvuldigheid van de beslissing van de kinderrechter alleen maar ten goede.

Tot slot: Zorg voor goed en onafhankelijk toezicht op de uitvoering van de jeugdbescherming in de diverse gemeenten. Eigenlijk zou de RvdK of de inspectie veel sterker als controleur moeten optreden.

Dank Reinier Feiner voor dit gesprek. Kijk ook eens op advokatenkollektief.

Foto komt uit de collectie van Jet Rood.

Auteur: Mary

Mijn bio op twitter is aardig volledig: Kritisch, Nieuwsgierig, Moeder, Behulpzaam, Humor, Gehuwd, Regelaar, Spontaan, Flapuit, Creatieve geest, Ideeënbrein, Blogger, #twittertaalgids en oh ja ook nog: a-technisch ben ik.

Deel dit bericht

1 reactie

  1. De rode draad is dat ik graag op kom voor de zwakkere partij om met mijn inzet de krachtsverhouding tussen burger-overheid recht te trekken.
    Wij toch ook Mary?

    Laat een reactie achter

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *