Hoe verder na de diagnose kanker?

Dag Cor, als gynaecoloog oncoloog zal je geregeld met patiënten overleggen wat de beste methode is om de diverse vormen van kanker te behandelen. Wat maakt dat de ene patiënt chemotherapie krijgt en een ander immuuntherapie?

Klopt. Hoewel ik zelf als gynaecoloog oncoloog geen chemo- of immuuntherapie voorschrijf, spreek ik dagelijks met patiënten over de mogelijkheden en opties anders dan opereren. Welke behandeling voor welke patiënt de meest aangewezen behandeling is, hangt van heel erg veel factoren af. Maar het is goed te bedenken dat immuuntherapie voor heel weinig soorten kanker nu onderdeel is van het standaard pakket aan mogelijke behandelingen. Voor gynaecologische kanker is immuuntherapie bijvoorbeeld nog experimenteel.

Heeft de patiënt zelf een stem in het kiezen van een behandelmethode?

Natuurlijk heeft de patiënt zelf een stem. Binnen de mogelijkheden heeft de patiënt, vind ik, de doorslaggevende stem. Let wel: binnen de mogelijkheden. De dokter informeert, adviseert en behandelt, maar de keuze ligt bij de patiënt. Natuurlijk zal elke patiënt die keus op een andere manier maken. De ene patiënt zal alles willen begrijpen, op zoek gaan naar andere en nieuwe mogelijkheden en daarover in gesprek gaan met de behandelaar, terwijl de andere patiënt leunt op het advies van de 1e keus uit de richtlijn. Beide is prima natuurlijk. En in beide gevallen beslist de patiënt.

De grote uitdaging voor de dokter is de patiënt te begeleiden bij het maken van de keus voor een bepaalde behandelmethode. Ik denk dat het de taak van de behandelaar is om in eerste instantie samen met de patiënt te onderzoeken wat voor hem of haar ‘van waarde is’, en hoe die waarde kan worden behouden of verhoogd. Daarna moeten de behandelmogelijkheden opgesomd worden, inclusief alle voor- en nadelen, inclusief alle getallen die bekend zijn over de kans op aanslaan. Die diepgang en de hoeveelheid gegevens moet natuurlijk worden aangepast aan wat de patiënt nodig heeft. En in stap 3 wordt dan samen bekeken welke behandeling de meeste waarde behoudt, of liever nog de meeste waarde toevoegt. En dan kiest de patiënt: soms is dat makkelijk omdat 1 behandeling er met kop en schouders bovenuit steekt. Soms is dat moeilijk omdat meerdere behandelingen ‘om het even zijn’.

Waar bestaat chemotherapie uit en is de dosis voor elke patiënt hetzelfde? Wat zijn de bijwerkingen en in hoeverre zijn die blijvend?

Er zijn heel veel verschillende soorten chemotherapie en de dosis is zeker niet voor elke patiënt hetzelfde, het hangt van het soort kanker af, maar ook van bijvoorbeeld het gewicht van de patiënt. Bij sommige soorten chemotherapie hangt de dosis af van de nierfunctie van de patiënt; als de nieren van de patiënt niet optimaal werken, wordt de dosis verlaagd.

Chemotherapie is een verzamelnaam voor medicijnen die de deling van de cel remmen. Het remmen van de celdeling kan op verschillende manieren: verschillende soorten chemotherapie remmen dus op verschillende manieren de celdeling. Kankercellen onderscheiden zich van gezonde cellen doordat er heel veel celdelingen zijn. Als er veel celdelingen zijn hebben die cellen dus meer last van stoffen die de celdeling remmen. Helaas geldt ook dat als er meer celdelingen zijn, er ook meer kans is dat een kankercel opeens ongevoelig wordt voor de chemotherapie. Dan worden de celdelingen niet meer geremd, en is de kanker resistent geworden voor die bepaalde chemotherapie.

Zoals ik net al zei zijn er een heleboel verschillende soorten chemotherapie en binnen de soorten zijn vaak ook nog weer verschillende middelen. Elke soort, en in mindere mate elk middel, heeft zijn eigen bijwerkingen. In het algemeen kun je zeggen dat de bijwerkingen veroorzaakt worden door de werking, dus door het remmen van de celdeling. Ook gezonde cellen hebben celdeling. Dus gezonde cellen met veel celdeling hebben meer last dan gezonde cellen met minder celdeling. In het algemeen zou je kunnen zeggen dat veel chemotherapie leidt tot misselijkheid en bloedarmoede.

De meeste bijwerkingen zijn tijdelijk. Maar lang niet alle. Een belangrijke en veelvoorkomende bijwerking van de zogenaamde platinum-houdende chemotherapie (cis-platnum of carbo-platin) is schade aan het gehoor, wat kan leiden tot hinderlijke oorsuizingen of gehoorverlies. Van bijvoorbeeld paclitaxel (wordt vaak afgekort als taxol en veel gebruikt bij borstkanker en eierstokkanker) is bekend dat het gevoelsstoornissen in de vingertoppen en/of de tenen kan geven. Deze bijwerkingen zijn irreversibel. Soms is het nodig om, als deze blijvende bijwerkingen optreden, de dosis aan te passen om te voorkomen dat de bijwerkingen te erg worden.

Wil je iets vertellen over immuuntherapie?

Net als verschillende soorten chemotherapie zijn er ook verschillende soorten immuuntherapie. Waar chemotherapie de celdeling remt, zet immuuntherapie de eigen afweer (of anders gezegd: het eigen immuunsysteem) aan tegen de kankercellen zodat deze kankercellen worden opgeruimd door het eigen afweersysteem. Er zijn kort gezegd 2 soorten immuuntherapie: actieve immuuntherapie en passieve immuuntherapie.

Bij actieve immuuntherapie worden er afweercellen van de patiënt opgekweekt en aan de patiënt terug gegeven, zodat er veel meer afweercellen zijn die de tumor opruimen. Bij passieve immuuntherapie worden er eiwitten (antilichamen) toegediend waardoor de eigen afweercellen hun werk beter kunnen doen. Vooral bij longkanker en bloedkanker is immuuntherapie al een onderdeel van de standaard behandeling. Bij heel veel andere kankers wordt immuuntherapie in studies en onderzoeken toegepast.

Wat zijn de prognoses van deze behandelvormen voor de lange termijn?

Dat is heel moeilijk in het algemeen te zeggen, dat verschilt erg per behandelvorm en ook per soort kanker. Maar bijvoorbeeld in geval van immuuntherapie bij longkanker weten we dat 20% van de patiënten die in aanmerking komt voor Nivolumab (een vorm van passieve imuuntherapie) langdurig effect heeft. Het is overigens ook goed te bedenken dat ook immuuntherapie bijwerkingen heeft. Dit zijn niet de bijwerkingen die we zo goed kennen van chemotherapie (misselijkheid, haaruitval, bloedarmoede). De bijwerkingen die typisch zijn voor immuuntherapie zijn huidklachten, oogklachten, jeuk en diarree.

Zijn er nog andere behandelvormen?

Naast opereren, bestraling, chemotherapie en immuuntherapie is er ook nog de zogenaamde ‘targeted therapy’ of, op zijn Nederlands: ‘doelgerichte behandeling’. Persoonlijk denk ik dat deze behandelvorm erg belangrijk gaat worden in de toekomst. De gedachte achter ‘doelgerichte behandeling’ is dat er in de kankercel wordt gekeken waarom die cel zich tot kankercel heeft ontwikkeld, te kijken wat precies de oorzaak is van de ongebreidelde en snelle celdeling. Als de oorzaak bekend is, kan er gekeken worden op welke manier die oorzaak kan worden aangepakt.

In tegenstelling tot chemotherapie (die alle snel delende cellen aanpakt) worden met ‘doelgerichte behandeling’ dus alleen de snel delende cellen aangepakt met die specifieke oorzaak van de snelle deling. In elk geval in theorie hebben deze ‘doelgerichte behandelingen’, zoals de naam ook al suggereert, minder bijwerkingen.
Bekende voorbeelden van doelgerichte behandelingen die al veel worden toegepast in de praktijk zijn de PARP-inhibitor bij vrouwen met eierstokkanker op basis van een BRCA mutatie en de BRAF-remmer bij patiënten met een melanoom met een zogenaamde BRAF-mutatie.

Bedankt Cor de Kroon, @cordekroon gynaecologisch oncoloog bij het LUMC voor dit verhelderende gesprek.

Foto komt uit de collectie van Kitty van Gemert.

Auteur: Mary

Mijn bio op twitter is aardig volledig: Kritisch, Nieuwsgierig, Moeder, Behulpzaam, Humor, Gehuwd, Regelaar, Spontaan, Flapuit, Creatieve geest, Ideeënbrein, Blogger, #twittertaalgids en oh ja ook nog: a-technisch ben ik.

Deel dit bericht

2 Reacties

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *