De mens achter de kinderpsychiater

Dag Paul, wist jij al op jonge leeftijd dat jij dit werk wilde doen?

Nee, helemaal niet. Ik wilde vroeger kok worden. Toen ik tegen het einde van het VWO een keuze moest maken werd het heel wat anders. Na een paar open dagen Hotelschool, wat – hoe naïef – helemaal geen koksopleiding was maar een managementschool met een beetje koken, besloot ik dat ik geneeskunde wilde gaan doen.

Vrij impulsief maar wel op gevoel gekozen. Alleen lootte ik tot drie keer uit en ben toen in Maastricht gezondheidswetenschappen gaan doen, richting geestelijke gezondheidskunde. Ik ontdekte dat ik psychologie / psychiatrie ontzettend interessant vond en was eigenlijk al een beetje vergeten dat ik op de reservebank zat voor geneeskunde.

Totdat ik de vierde keer ingeloot werd en ineens het oorspronkelijke plan boven kwam drijven. Ik ben begonnen met geneeskunde maar altijd met de gedachte dat ik richting de psychiatrie wilde.

En dat is zo gebleven totdat ik mijn huisartsgeneeskunde coschap deed. Daar kreeg ik te maken met kinderen die op het spreekuur kwamen met hun ouders. Het open en recht door zee contact met kinderen, het samenwerken met het systeem om het kind heen, zoals het gezin of de school, boeide me enorm. Ik bedacht dat ik kinder- en jeugdpsychiatrie een goede keuze vond om me in te specialiseren.

Wat boeit jou in het werken met kinderen en jeugd met psychiatrische problemen?

Kinderen en jongeren zijn op hun manier eerlijk, recht door zee en hebben weinig te verbergen. Het mooie is dat je nooit alleen met het kind of de jongere te maken hebt, maar ook met het gezin erom heen, de school of de sportclub.

Je maakt kennis met het leven van het kind en de jongere. Anders dan in andere specialismen of zelfs de volwassenepsychiatrie. Daar wordt veel ingezoomd op de aangewezen patiënt of zelfs nog verder ingezoomd tot een deel van de patiënt of de ziekte. Welk mens daar achter hoort en de hele wereld daarom heen, wordt eigenlijk vergeten. Dat is onhandig want daarmee wordt in de hulpverlening kansen gemist.

Het systeem heeft altijd een interactie met de patiënt die daarop kennelijk reageert met een probleem. De samenwerking met het kind en bijvoorbeeld de ouders is een mooie uitdaging. Wat de kinder- en jeugdpsychiatrie zo sterk maakt is dat het een compleet beeld geeft van hoe het met een kind gaat, of als het bij mij komt, hoe minder goed het gaat.

Kan je wat problemen noemen waar jouw patiëntjes mee kampen?

Omdat de plek waar ik werk veel kinderen, jongeren (maar ook volwassenen) diagnosticeert, en zover mogelijk behandelt, met autisme, zie ik dat veel. Maar ook veel kinderen met symptomen die op ADHD lijken of gedragsproblemen.

Dat zijn vaak complexe psychiatrische problemen. Autisme wordt bijvoorbeeld door de maatschappij enorm onderschat. Het is een levenslang en pervasief (= door het hele leven heen) probleem waar de patiënt (en zijn omgeving) een leven lang mee te dealen heeft. En waarbij de patiënt in zekere mate afhankelijk blijft van zijn omgeving, hoewel veel mensen met autisme heel moedig een zo goed mogelijk zelfstandig leven leiden.

Het is een grote misvatting van de overheid en zorgverzekeraar dat autisme op een gegeven moment weer klaar is, en de hulp kan ophouden. Omdat het beter gaat. Natuurlijk gaat het beter. Door die hulp. Maar die hulp blijft vaak nodig.

Volgens mij hangen veel problemen die ik zie samen met dat er iets in de interactie tussen kind en systeem niet helemaal goed gaat wat leidt tot secundaire problemen. Een scheiding, problemen op school of intergenerationele problemen kunnen bij kinderen soms grote gevolgen hebben. Wellicht met een familiare kwetsbaarheid om psychiatrische problemen te ontwikkelen.

Worden problemen te snel ‘gepsychiatriseerd’ door anderen?

Ja, door bijvoorbeeld scholen. De druk bij scholen om ‘productie’ te draaien is groot geworden. Scholen hebben te maken met targets waarbij ik de indruk heb dat het niet meer gaat om het optimale te halen uit ieder individueel kind, zodat dit kind op zijn of haar niveau zoveel mogelijk heeft kunnen profiteren van het onderwijs.

Een vastgesteld programma moet gevolgd worden als mal met een goede CITO score als doel. In die mal past het gemiddelde presterende kind, maar in veel mindere mate de slechter presterende kinderen, of de beter presterende kinderen, die zich vervelen in de klas.

Die kunnen niet mee in het tempo of gaan juist te snel, vallen uit, gedragen zich druk of kunnen zich niet concentreren. Dan komt vrij snel de vraag naar voren of er sprake is van ADHD, en soms is er de vraag naar medicijnen.

Maar misschien is het kind overvraagd of onzeker geworden of is er wat aan de hand in de thuissituatie. Dan wordt een snelle ADHD diagnose een quick fix, wat overigens niet alleen niet gaat helpen, maar het probleem vooral legt bij het kind. En daar hoort het niet alleen.

In hoeveel gevallen speelt de ouder-kind relatie een rol?

In alle gevallen. Ook als er geen ouders of verzorgers zijn hebben zij wel een rol gespeeld in het verleden. Dat heeft een blijvende invloed op het kind en daar moet aandacht voor zijn.

Omdat ik het systeem (bijvoorbeeld het gezin, maar ook andere belangrijke sleutelfiguren) zo belangrijk vind, ben ik begonnen met de 2-jarige opleiding systeemtherapie. Een boeiende ervaring om zaken te leren die ik al vermoedde of wel al wist, maar nu verder onderbouwd worden tijdens mijn opleiding.

Waarom noem jij de jeugdwet in jouw Twitterbio?

Mijn virtuele ik, De Kinderpsychiater, met het beeld van Anna Freud, is geboren in oktober 2013 op Twitter. De belangrijkste reden om te gaan twitteren was de (gevolgen van) de jeugdwet; een oplossing waarbij men het spreekwoordelijke kind met het badwater heeft weggegooid.

Toen de jeugdwet werd aangenomen schrok iedereen (of ik althans) wakker van wat de consequenties zouden kunnen zijn van de invoering van die wet als een van de grote transities.

De kinder- en jeugdpsychiatrie zou radicaal veranderen, een proces dat in ieder geval al sinds 2010 liep, maar waar ik me pas in 2013 van bewust werd. Mijn mening daarover wilde ik kwijt.

In het echt ben ik ook redelijk out-spoken, maar chaotisch. Op Twitter is het fijn mijn mening over het gedoe in de kinder- en jeugdpsychiatrie, of de problemen in de gezondheidszorg in het algemeen, te kunnen delen. Dat ik mij daarbij moet beperken tot 140 tekens structureert mijn ADHD brein.

Verandering is natuurlijk nooit erg als het maar tot verbetering leidt maar wat ik over de jeugdwet hoorde, en ben gaan lezen, stelde me niet gerust. En waarom gingen al die debatten niet over de inhoud, de maatschappelijke discussie?

Het gaf onrust. Zelfs boosheid. En frustratie. En geen duidelijke plek om het kwijt te kunnen. Er leek bij collega’s weinig bewustzijn, of zij waren te druk met werk of de waan van de dag. Vanuit de vereniging of het collectief merkte ik weinig weerwoord of verzet tegen al deze plannen.

Twitteren hielp dus. Tegelijkertijd ben ik veel gaan lezen over het onderwerp om op de hoogte te zijn. En hoe meer ik er over las hoe zekerder ik het wist: de jeugdwet kan best a vue een geinig plan zijn, maar het is wel een verdomd radicaal plan, waarbij de hele jeugdzorg inclusief de kinder- en jeugdpsychiatrie volledig op de schop moest.

Zonder een goed bedacht en getest alternatief. Waarbij het nooit echt duidelijk werd waarom het zo radicaal anders zou moeten. Waarom de kinder- en jeugdpsychiatrie mee ging in het plan werd al helemaal nooit onderbouwd.

Ondanks alle kritiek en al het onderbouwd commentaar uit het veld, dat later pas echt op gang kwam, was in 2010 al besloten dat dit plan door moest. En niemand kon die trein stoppen. Bizar.

De concrete uitvoering werd alleen nooit duidelijk. Wel dat het varkentje even gewassen zou gaan worden. Met veel vooroordelen over de ‘jeugdhulp’, veel arrogantie, naïef vertrouwen en bijzonder veel loze “bullshitbingo” terminologie, omarmden overheid en gemeenten het plan. Zij (onder meer de VNG) hadden er vooral heel erg veel zin in en waren er heel erg klaar voor, dus waarom vertragen of uitstellen?

Het moest totaal anders, want zoals het hiervoor ging kon niet meer, waarvan het meisje van Nulde en Savannah de trieste boegbeelden werden. Alsof de hulpverlening voordien alleen maar corrupt was, of minstens toch wel heel slechte zorg verleende.

Zorg op maat directer en dichter bij de burger, duidelijke lijnen en niet meer medicaliseren was de strijdbare teneur. Een plan, een gezin en een regisseur. Tekentafel onzin bedacht vanuit een bureaucratische bovenste etage en mijlenver verwijderd van de praktijk van alledag.

Naïef om te denken dat door het oude systeem door de plee te trekken en een nieuw plan – met wat Deense invloeden- er met stoom en kokend water door heen te jassen, het ineens anders en beter zal gaan. Een valkuil waar men sinds de jaren 70 al periodiek in is getrapt.

Tegenstanders waren zuur en onwelwillend en vooral bang voor hun eigen hachje. Een verlammend zwaktebod in een discussie natuurlijk, en tekenend dat er geen antwoord was op de kritiek. Ik twitterde er steeds meer op los, ook nu de wet is ingevoerd en de consequenties duidelijk worden en het zeker geen walhalla blijkt.

Ik hoop dat het uiteindelijk mee zal gaan vallen. Al is er veel collateral damage.

Ik merk dat mensen op de vloer die het werk moeten doen er hard aan trekken om er wat van te maken in bijvoorbeeld wijkteams. Dat is bijzonder sterk en bemoedigend. Jammer dat zij zo moeten zwemmen zonder duidelijke visie of sturing. Het maakt dat ik voorlopig door blijf twitteren.

Met dank aan Paul Reijnen, Kinder- en jeugdpsychiater / Op Twitter via @DeKinderPsych

Foto komt uit de collectie van André Brockbernd, @Dokandojo

Auteur: Mary

Mijn bio op twitter is aardig volledig: Kritisch, Nieuwsgierig, Moeder, Behulpzaam, Humor, Gehuwd, Regelaar, Spontaan, Flapuit, Creatieve geest, Ideeënbrein, Blogger, #twittertaalgids en oh ja ook nog: a-technisch ben ik.

Deel dit bericht

1 reactie

  1. Een blog naar mijn hart. Wellicht leuk om eens een verbinding met elkaar te leggen en van gedachten te wisselen. Hartelijke groet Marieke Lips

    Laat een reactie achter

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *